Le Protée 2010 – trimix profond

Oktober 2010

Protée, -127m.

Militaire Onderzeeër, type 1ste klasse, 1500T type PASCAL, constructie nummer Q155.


Gebouwd op de werf van Forges et chantiers de la méditerranée La Seyne, 1928. Te water gelaten 1930, en in actieve dienst vanaf 1932. Maximum duikdiepte: 80m.

foto hierboven: de Centaure, onderzeeër van hetzelfde type

Bewapening: de Protée had een krachtige bewapening aan boord.
– 9 tubes van 550 mm
– 2 tubes van 400 mm
– 11 torpedo’s van 550 mm
– 2 torpedo’s van 400 mm
– 1 kanon van 100 mm
– 2 mitrailleurs – 13,2 mm

Motoren:
– 2 diesel motoren type Sulzer 3000 pk
– 2 elektrische motoren 1000 pk
– 2 schroeven

In het begin van de tweede wereldoorlog was de Protée gebaseerd bij de force-X in Alexandrië, waar hij een vrij inactieve rol had. In juni 1943 wordt hij naar Oran in Algerije gestuurd waar de kiel grondig onderhouden wordt en waar hij een nieuwe, jonge bemanning krijgt. Algiers wordt hierna zijn nieuwe thuishaven.

In 1943 was Frankrijk onder nazi-controle via Pétain en het Vichy regime. De Protée was gebaseerd in Algiers waar het Vichy regime dan al geen invloed meer had, hij maakte er deel uit van het vrij Franse leger, dat deel uitmaakte van de geallieerde troepen.

Vlag van de FNLF (Forces Navales de la France Libre)

Een eerste missie: onder leiding van kommandant Garreau, op patrouile van 12 tot 26 November tussen Port-Cros en de golf van Fréjus. De Protée vuurt op 23 November drie torpedo’s naar een duitse cargo van 2000T maar slaagt er niet in om deze tot zinken te brengen.

Op 18 december 1943 vertrok de Protée onder commando van luitenant Millé vanuit Algiers met een militaire bemanning van 74 man aan boord, voor een patrouille ten zuiden van Marseille. Deze operatie maakte deel uit van de voorbereiding van de geallieerde invasie in Zuid Frankrijk die zal starten op 15 augustus 1944. Zoals alle Franse onderzeeërs aan de zijde van de geallieerden had ook de Protée drie militairen van de Engelse verbindingsdienst aan boord. Commandant Millé was een embleem van de Franse Marine; hij was een briljant en gedecoreerd officier. De bemanningsleden zullen zeker fier geweest zijn om deel uit te maken van de bemanning van de Protée, maar de levensomstandigheden aan boord, en de dreiging van de oorlog, zullen het voor de officieren, kanonniers en torpilleurs, mécaniciens, electriciens en het keukenpersoneel tot een harde tijd gemaakt hebben.

Raymond Morales was in de jaren ’40 een jonge mécanicien; die door een toeval niet mee gegaan is op de fatale missie van de Protée. Hij omschrijft het leven aan boord als volgt: “Het zwaarste was de constante hitte, soms wel 50°C. Als het ons derde rust was gingen we op onze slaapplaats liggen, die veelal ondergelopen was met het zweet van diegene die er voor ons lag. De rantsoenering van het water was ook problematisch als we vertrokken voor een missie van 20 dagen. We hadden dan maar een kwart liter water per dag, om te drinken en om ons te wassen. Tenslotte verkoos iedereen om de alcohol bestemd voor de torpedo’s te gebruiken om zich te wassen en om te drinken“. Er waren evenwel ook mooie momenten, in het bijzonder wanneer de onderzeeër aan de oppervlakte kwam om de batterijen op te laden. “Dat was het rustige moment waar we buiten konden gaan, in bad, en ook een sigaretje roken, waarvan de gloed verborgen werd door een gordijn dat speciaal hiervoor voorzien was. Maar het beste moment was de terugkeer van een missie. We waren vuil en hingen vol olie en het duurde twee dikke uren voor we terug gewoon waren aan het licht. Maar we wisten dat we een leuke tijd in Oran tegemoet gingen.

Raymond Morales bij een huldiging in 2008, foto M. Michel Rouyer

De Protée werd op 3 januari 1944 terug in Algiers verwacht, maar jammer genoeg is er dan geen sprake meer van een leuke tijd. Eind december 1943 blijven de berichten verzonden aan de onderzeeër zonder antwoord. Op zich was dit niet abnormaal, want de onderzeeërs hadden de instructie om niets uit te zonden zonder absolute militaire noodzaak. Pas toen de Protée dagen later nog niet in Algiers toekwam werd hij verloren verklaard.

Het wrak werd in 1995 geïdentificeerd door Henri DELAUSE, directeur van de COMEX, die de onderzoeks onderzeeër de REMORA 2000 aan het testen was en het wrak vond op een plaats die hem aangegeven was door een visser die daar problemen had met zijn netten. Hij ligt recht op de bodem, in een lichte helling naar bakboord. De Protée is in uitzonderlijke goede toestand, enkel de koepel is beschadigd door een mijn. Hij had in 1943 een Duits konvooi opgespoord, en was het aan het achtervolgen om in geschuts-opstelling te komen. Men veronderstelt dat de koepel, op periscoop-hoogte, een mijn raakte in een mijnenveld.

De kust voor Frankrijk was één mijnenveld. De mijnen bij Cassidaigne waren blijkbaar niet bekend bij de Britse inlichtingsdienst en werden de Protée fataal (de zwarte streepjes zijn de mijnenvelden).

43° 04,260 N et 5° 32,230 E

Alle luiken zijn gesloten. De site werd door de Franse Nationale Marine als Maritieme begraafplaats gerangschikt, gezien de lichamen van de bemanning in de onderzeeër gebleven zijn. Een bezoek aan het wrak vergt dus ook het nodige respect voor deze moedige mannen en voor dit monument van de France onderzeeërs actief tijdens WOII.

Commandant LV MILLÉ Georges Marie

Duikers die mee naar de Protée wensen te duiken dienen over de nodige ervaring en conditie te beschikken. Voor we deze duik maken zullen we ook erg erg uitvoerig de veiligheidsprocedures inoefenen, en voorafgaandelijk een aantal minder diepe duiken maken.

Tijdens deze trip is er ook de mogelijkheid om naar andere (minder extreem diepe) fascinerende wrakken te duiken, Amforen, en prachtige tombants vol met gorgonen en grote tandbaarzen.

Geef ons een seintje als je interesse hebt, dan kunnen we je meer informatie geven.

De getuigenis van dhr Morales komt uit het boekje Naufrages en Provence Corse et Ligurie, Fascicule 20, van Anne en Jean-Pierre Joncheray en Eveline en Cédric Verdier.

Veel historische informatie van de site van de gemeente La Seyne-sur-Mer.

Comments are closed.